In Spanje liggen afgelegen, onbewoonde gebieden met velden waar je normaal nooit komt.
Geen huizen, geen mensen, alleen droge grond en stilte.
Maar voor sommige honden eindigt hun leven daar.
Ze worden erheen gebracht. In een auto. Soms nog nietsvermoedend.
De autodeur gaat open. Ze stappen uit.
En dan rijdt de auto weg zonder hen.
Dat is het moment waarop alles stopt.
Geen water. Geen voer. Geen schaduw. Niets.
Alleen zon, stof en wachten.
Wachten tot iemand komt.
Of tot er niemand meer komt.
Dit zijn geen uitzonderingen.
Dit gebeurt vaker.
Dit zijn verlaten, desolate plekken waar steeds opnieuw honden worden achtergelaten.
Door verschillende mensen.
Vooral door jagers die hun honden niet meer willen en ze niet eens naar een asiel brengen.
Dit zijn de plekken waar rescuers naartoe gaan.
Mensen met één missie: honden vinden voordat het te laat is.
Ze kennen deze velden.
Ze rijden erheen, omdat ze weten wat daar gebeurt.
Ze vinden honden die te zwak zijn om nog te lopen.
Honden die blijven staan waar ze zijn achtergelaten, alsof ze nog steeds wachten tot iemand terugkomt.
Voor hen heeft dit een naam gekregen.
Hell’s Field.
Geen officiële plek.
Maar een naam die rescuers gebruiken voor dit soort velden, verspreid over heel Spanje.
Een verzamelnaam voor plekken waar honden worden achtergelaten zodra ze niet meer nodig zijn, zonder enige kans.
Wij vertellen dit omdat dit is waar Podenco’s en Galgo’s soms vandaan komen.
Omdat je anders alleen de hond ziet — en niet het verhaal dat eraan vooraf ging.
⠀
Binnenkort komen er twee Podenco’s uit Hell’s Field naar Bichos Raros.
Twee honden die daar zijn gevonden.
Die het hebben overleefd.
Reactie plaatsen
Reacties