Ik ben de wilde Podenco op Ibiza

Gepubliceerd op 9 april 2026 om 07:36

Een vervolgverhaal; Ik ben de wilde Podenco op Ibiza

Ik ben wakker geworden.
De grond onder mij is hard.
Mijn maag doet pijn. Een lege pijn.
Ik ruik stof en droog gras.

De zon klimt boven Ibiza.
Het wordt heet.
Mijn poten branden op de aarde.
Mijn tong hangt zwaar uit mijn bek.

Ik loop.
Omdat stilstaan niets oplevert.
Omdat honger duwt.
Omdat ik moet blijven zoeken.

Soms sluit ik mij aan bij andere honden.
Soms vechten we. Honger maakt geen vrienden.

Mijn huid jeukt.
Een wond geneest niet goed.
Water is schaars.

Wanneer de avond valt, ben ik moe.
Mijn ribben drukken tegen de grond.
Dit is geen vrijheid. Dit is overleven.
En morgen begint het opnieuw.

Ik ruik mensen.
Warm eten.
Water.
Afval dat iets belooft.

Ik volg de geur richting huizen.
Mijn staart beweegt voorzichtig.
Misschien is er iets voor mij.

“Ga weg!”
Een schreeuw.
Een steen.
Ik ren.

Later probeer ik het opnieuw.
Honger maakt wanhopig.
Ik zoek in vuilniszakken.
Ik blijf op afstand.
Een auto komt te snel.
Remmen. Toeter.
Sommigen van ons halen het niet.
Ik wil geen gevaar zijn.
Ik wil alleen eten.
Water.
Veiligheid.

Ik ben altijd dichtbij mensen.
Maar nooit welkom.

Vandaag is anders.
Een auto stopt.
Mensen praten zacht.
Ik wil vluchten, maar ik ben moe.

Er komt een lijn om mijn nek.
Ik trek.
Mijn hart bonst.
Ik denk dat dit slecht nieuws is.
Maar ik word voorzichtig meegenomen.

De deur sluit.
Donker. Stilte.
Wanneer hij weer opengaat, ruik ik iets nieuws.
Honden.
Water.
Voer.

Niemand schreeuwt.
Ik krijg water. Ik drink te snel.
Ik krijg voer. Ik schrok dat naar binnen.
Er wordt naar mijn wond gekeken.

 

Een hand raakt mij aan. Zacht.
Ik verstijf. Maar er komt geen pijn.

Die nacht lig ik op iets zachts.
Ik slaap dieper dan ooit.

Vandaag hoefde ik niet te rennen

De dagen zijn rustiger.
Eten komt elke dag.
Water staat klaar.
Ik hoef niet meer te zoeken.

Maar mijn lichaam vertrouwt het nog niet.
Er is een mens die telkens terugkomt.
Ze gaat zitten.
Ze wacht.
Ze dwingt niets.
Dagen worden weken.
Weken worden maanden.

Ik kom iets dichterbij.
Ik eet terwijl zij in de buurt is.
Mijn staart beweegt als ze aankomt, een gek gevoel.

Ik leer dat aanraking hier geen pijn doet.
Dat een riem wandelen kan betekenen, samen iets doen.
Dat slapen veilig kan zijn.
Soms duurt dit een jaar.
Maar op een dag leg ik mijn kop in een mensenhand.
Ik laat me strelen .
Ik wil dicht bij de mensen zijn.
Ik kom hard aanhollen zodra ik ze zie .
Vrijwillig.

 

Ik begin te vertrouwen

Vandaag wordt ik gewassen.
Warm water stroomt over mijn rug.
Vuil van buiten verdwijnt.
Wat ik heb meegedragen… spoelt langzaam weg.

Zachte handen.
Rustige stemmen.
Ze haasten niet.
Ze zeggen dat ik klaar ben.

Bij de dierenarts luisteren ze naar mijn hart.
Een koude stethoscoop tegen mijn borst.
Ik blijf stil staan.
Alles is goed, zeggen ze.

Er komt een bench.
Ik kijk er even naar.
Twijfel heel even.
En stap dan naar binnen.
Niet uit angst.
Maar omdat ik inmiddels weet…
ik kan mensen vertrouwen.

De reis is lang.
Het geluid van de weg onder mij.
Af en toe een stem.
Af en toe een hand die even bij mij komt.

En dan stopt het.
De deur gaat open.
Andere lucht.
Frisser. Koeler. Nieuw.

Ik stap naar buiten.
Daar staan mensen.
Ze kijken niet langs mij heen.
Ze kijken naar mij.

Voorzichtig.
Alsof ze weten dat ik nog moet wennen.
Ze zeggen mijn naam.
Rustig. Zacht.
Alsof ze die al heel lang kennen.

Ik loop naar hen toe.
Ik krijg iets lekkers.
Hun stemmen maken mij rustig.
Ze nemen me mee.

Een huis wacht.
De deur gaat open… en blijft open.
Voor mij.

Binnen is het stil.
Geen harde geluiden.
Geen spanning in de lucht.

Er ligt een mand.
Zacht. Warm.
Ik hoef niet te twijfelen.
Hij is van mij.

Er staat een kom.
Die blijft staan.
Die is voor mij.

Niemand jaagt mij weg.
Niemand jaagt mij op.

Ik loop een rondje door de kamer.
Ik kijk.
Ik ruik.
Ik neem alles in me op.

En dan ga ik liggen.
Mijn lichaam ontspant.
Langzaam. Echt.

Voor het eerst hoef ik nergens meer naartoe.
Ik hoef niet meer te rennen.
Niet meer te zoeken.
Niet meer te overleven.

Ik ben niet langer de wilde Podenco op Ibiza.
Ik ben een hond met een naam.
Met een plek.
Met mensen die blijven.

Ik ben thuis.

Ik ben geadopteerd.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.